Over de bergkoe

De Zweedse bergkoe (Fjällko) is een mooi oud ras koe en tevens de meest populaire maar minst gebruikte koe van de vier inheemse rassen die Zweden kent. De koe is iets kleiner van omvang dan de meeste andere rassen en heeft geen horens. De kleur van de vacht varieert, maar is meestal wit met rode, bruine of zwarte vlekken.

Wanneer de bergkoe naar het noorden van Zweden kwam, is moeilijk te zeggen. Maar reeds in het jaar 800 namen de Noorse vikingen koeien vanuit Noorwegen mee naar IJsland. De bergkoe stamt waarschijnlijk uit diezelfde kudde koeien. Men vermoedt zelfs dat de wortels van deze noordelijke koeien 2000 jaar terug liggen.
 
De bergkoe is goed aangepast aan het noordelijke klimaat en is zowel sterk als duurzaam. In tegenstelling tot de meeste andere koerassen kon zij overleven op magere grond. Zij vond haar voedsel in de bossen rond de boerderijen en in de winter at zij  het hooi dat de boer verzamelde uit moerassen en weilanden.

Doordat het voer beperkt was en de koe klein van stuk is, gaf zij niet zoveel melk. Maar het waren makkelijke en goedkope koetjes om te houden, voornamelijk omdat zij hun eten voor het grootste deel zelf vonden. Bovendien kwamen de koeien voor melktijd zelf naar huis. Geen boer had natuurlijk zin om zijn koeien uit het bos te moeten halen!
Gelukkig heeft de bergkoe een levendig en liefdevol temperament en gaat zij graag met mensen om, dus meestal kwam zij uit eigen wil naar huis.

In 1893 besloten de Stamboek keurmeesters dat de Zweedse bergkoe hoornloos moest zijn en een overwegend witte vacht  moest hebben met kleine zwarte, rode of bruine vlekken, om in het stamboek te worden opgenomen. Maar dit besluit pakte slecht uit. Het merendeel van de inheemse rassen in die tijd voldeed niet aan deze eisen en werd buitengesloten. Slechts een klein aantal dieren paste in dit door mensen opgelegde keurslijf.  Alsof dat niet genoeg was, bleek in de jaren ’30 dat de witte vachtkleur een erfelijk verband had met het ontbreken van testikels bij stieren en eierstokken bij koeien.
Sindsdien worden alle fokdieren gecontroleerd op dit gebrek. Tevens is het nieuwe fokbeleid er op gericht meer kleur terug te krijgen in de bergkoe, zodat het ras weer gezonde koeien en stieren heeft.

In de jaren ’90 werd met steun van het WWF het Projekt Rädda Fjällkon gestart om de bergkoe als ras te behouden. Door het werk van inseminators in de jaren ’60 en ’70 was er sperma van oude raszuivere stieren bewaard gebleven. Met het sperma van deze stieren en het kleine aantal bergkoeien die nog in leven waren, werd begonnen aan de wederopbouw van het ras.
 Als resultaat van Projekt Rädda Fjällkon wordt in 1995 de vereniging Svenks Fjällrasavel opgericht, die zich inzet voor het behoudt en de ontwikkeling van het Zweedse bergras in de toekomst.

www.fjallko.se